Ik ben van Ghana gaan houden. Wat een prachtig land. Wat een aardige mensen. Wat een lekker eten. Maar ook: wat een drukte op de weg en wat een hobbelige wegen.
Op de luchthaven werden wij opgewacht door onze reisleidster Jane Pengel van reisbureau Tamari en door grootmeester Eugenius Idiodi van Nigeria en Ghana. Zij hebben ons door alle formaliteiten heen geleid. Na enkele uren in de bus kwamen wij aan in hotel Charleston, een mooi oud hotel in een buitenwijk van Accra met fraaie reliëfs op de muren van scenes uit het dagelijks leven. Helaas was er geen lift. De volgende dag werden wij al vroeg verwacht op de Loge. Wij vielen met onze neus in de boter, want dit weekend was het nationaal convent. Na de convocatie werden wij vergast op een heerlijke lunch en daarna was er een boekpresentatie: “Rosicrucian Order A.M.O.R.C. in Ghana” door frater Mawutodzi Kodzo Abissath. De geschiedenis van de Loge begint al in 1922, toen het land nog Gold Coast heette en een Engelse kolonie was. Na dit bezoek namen we afscheid van GM Eugenius.
De volgende dag vertrokken wij naar de regio Volta. Onderweg bezochten wij het Nyimkyin openlucht museum. Dit is een plek waar moderne kunstenaars een hedendaagse vorm geven aan de eeuwenoude Ghanese cultuur. Het museum heeft een grote afdeling die alleen met blote voeten betreden mag worden. Voordat we daar mogen komen voert de gids een kort ritueel uit om de voorouders op onze komst voor te bereiden. Deze plaats is gewijd aan de miljoenen mensen die in slavernij weggevoerd zijn. De miljoenen die niet in Afrika gestorven zijn en hier niet door hun geliefden konden worden begraven. Dit is een heel spirituele pek. Het is heel emotioneel om hier te zijn. Grote en kleine beelden, honderden maskers en borstbeelden staan ter herinnering tussen oude baobab bomen en in een vijvertje. De vijver symboliseert de oceaan, waar zovelen die de overtocht niet hebben overleefd hun laatste rustplaats vonden.
’s Avonds kwamen wij aan in het Meet Me There Resort aan de kust. Een prachtige plek met mooie kamers en bungalows. Er hing een heerlijke rustige sfeer en het eten was er zeer smakelijk. Helaas waren er een paar kamers zonder eigen sanitair, dus enkelen van ons moesten gebruik maken van de gezamenlijke voorziening. Voor ons bezoek aan de Fort Prinzenstein hebben wij ons in het centrale paviljoen gezamenlijk afgestemd op de Raad van Troost. Prinzenstein is één van de vele forten langs de kust van Ghana vanwaar de tot slaaf gemaakte mensen weggevoerd werden. Het is een onwerkelijke ervaring om hier rond te lopen en te luisteren naar de gids. Het leed dat deze mensen hier is aangedaan is onvoorstelbaar. We mochten na de rondleiding de schrijn bezoeken van Togbi Blema, de ‘chief ancestor’. Dit fort is gebouwd op een oude heilige plaats. En dit heiligdom is nu weer in ere hersteld. Een plek waar wij één voor één binnen mochten gaan om ons af te stemmen.
De volgende dag was weer een reisdag. Enorme stortbuien en wegwerkzaamheden zorgden ervoor dat we een groot deel van de reis stapvoets moesten rijden. We zijn van 09:00 tot 21:00 op de weg geweest, met een stop voor lunch bij de grote mall van Accra. Uitgeput kwamen we aan bij hotel Miklin in Kumasi, de hoofdstad van de regio Ashanti.
Op donderdag was het bezoek aan Manhyia Palace (spreek uit: mensja). Vier Asanti koningen hebben daar gewoond. Nu is het een museum. Hier hebben we veel geleerd over de geschiedenis van het Asanti koninkrijk en de Ashanti regio (de h geeft het verschil aan).
En dit was nog maar de eerste helft van onze reis. Ik kan iedereen aanraden om naar Ghana te gaan en ik ben zeker van plan om deze reis in de toekomst weer te organiseren.