Mei 2026

In mijn brief van januari dit jaar deed ik een oproep aan jullie om het wat vaker met andere mensen over de Rozekruisers Orde te hebben. Dat was geen oproep om mensen te ‘ronselen’ maar om de Orde wat meer bekendheid te geven. Ik heb het inderdaad gehad over mijn tweede opdracht: de Orde te laten groeien. En ik noemde daarbij dat wij, om als wereldlijke organisatie financieel gezond te zijn, streven naar zo’n duizend leden. Bedenk daarbij dat wij in 1984, toen soror Beusekamp grootmeester werd, in Nederland meer dan 1500 leden hadden. Duizend leden is nog steeds minder dan wij toen hadden, terwijl Nederland en de andere landen van onze Jurisdictie in die tijd veel minder inwoners hadden.

Wij zijn een mysterieschool. Wij bewaren een traditie die haar wortels heeft in een onmetelijk oud verleden en het is onze opdracht om deze door te geven aan de toekomstige generaties. Het doel van een mysterieschool is om zoekers binnen te leden in de mysteriën. Om dit te kunnen doen, hebben mysteriescholen altijd al een wereldlijke en een spirituele dimensie gehad. Het wereldlijke deel van deze school bestaat in de materiële wereld en die stelt materiële eisen aan ons. In onze stoffelijke wereld is geld helaas belangrijk. Wij moeten ‘onze eigen broek op kunnen houden’.

Maar op spiritueel gebied draait het natuurlijk helemaal niet om geld. Wij zijn een mystieke orde en wij hebben een heel belangrijke taak op aarde. Volgens eerste zin van de Fama Fraternitatis is opdracht van het Rozekruis de ‘Algemene en generale hervorming van de ganse weide wereld’. Hervorming, géén revolutie. Wij doen dit dus niet door opstand te prediken, maar wij geven ieder mens de gelegenheid om de wereld te verbeteren, door zichzelf te verbeteren.

De manier waarop wij dat doen, noemen wij ‘het Rozekruisers onderricht’. Door onze leringen leiden wij de zoekers binnen in de mysteriën. Die leringen, dat zijn niet alleen de lessen of monografieën die ieder lid individueel bestudeert, maar ook de gezamenlijke bijeenkomsten zoals studiegroepen, openbare lezingen, boodschappen en experimenten tijdens onze convocaties in de tempel, en dergelijke. Daarnaast hebben wij onze rituelen. Een ritueel brengt een boodschap over aan andere delen van ons wezen dan alleen het objectief bewustzijn. Denk niet dat iemand die in de tempel de ogen sluit en misschien zelfs zachtjes snurkt, slaapt! Het bewustzijn is tijdelijk op de achtergrond, maar het onbewuste is in contact met het kosmisch bewustzijn hard bezig.

Onze oefeningen, rituelen en inwijdingen brengen ons dus in aanraking met de hoogste spirituele gebieden en helpen ons ‘groeien van ego naar Zelf’, zoals Carl Gustaf Jung dat zo mooi uitdrukte.

Dat wij veertig jaar geleden ruim twee keer zoveel leden hadden als nu, betekent niet dat er nu minder mensen op zoek zijn naar spiritualiteit in hun leven. Het betekent dat veel van die zoekers de poort van onze orde (nog) niet gevonden hebben. Vijftig jaar geleden waren wij duidelijk zichtbaar in de wereld. De Rozekruisers Orde was bekend en had een goede naam. Leden spraken openlijk over AMORC. Er stonden advertenties in dag- week- en maandbladen. De pers was op een goede manier in ons geïnteresseerd. Maar de wereld is inmiddels heel erg veranderd. De maatschappij wordt steeds minder tolerant. Veel van onze leden voelen zich niet meer vrij om over hun overtuigingen te spreken en houden hun lidmaatschap het liefste geheim.

Eén groep die hier extra gevoelig is voor dit gebrek aan tolerantie, zijn de vele jonge mensen die vanuit een geloofscrisis op zoek zijn naar antwoorden. Stel, je bent opgegroeid in een streng religieus gezin – het doet er echt niet toe welk geloof. Aan de dogma’s en leerstellingen mag niet getwijfeld worden. Je vragen blijven zonder antwoord. Uiteindelijk neem je de moeilijke beslissing om uit die gemeenschap te treden. En dan blijf je alleen achter. Verstoten door je ouders en je gemeenschap. Eenzaam en nog steeds op zoek naar antwoorden. Geen simpele antwoorden, maar uitleg en verdieping. Een kloppend geheel waar je op kan vertrouwen, in plaats van blind geloof. In feite ben je op zoek naar de antwoorden die bij AMORC te vinden zijn. Deze groep zoekers heeft door onze neiging tot geheimhouding veel moeite om ons te vinden.

Via het internet worden zij overspoeld met allerlei informatie. Vinden zij antwoorden? Ja en nee. Op sociale media en websites vind je rot, rijp en groen door elkaar. Een serieuze zoeker verdrinkt in deze overvloed en weet niet wat er waarheid is en wat commerciële rotzooi. Artificiële Intelligentie versterkt dit nog. AI lijkt antwoorden te geven. Maar wat het in werkelijkheid doet, is rondzoeken op het internet en op basis van alle informatie, of die nou klopt of niet, voorspellen welk antwoord jij wilt horen. Daarbij gaat een AI vaak hallucineren en nóg grotere onzin produceren. Die onzin wordt dan weer onderdeel van de database en zal door andere AI’s worden overgenomen, waardoor de antwoorden steeds minder waard worden.

In deze overvloed aan ‘antwoorden’ heeft AMORC maar één klein stemmetje. Hoe weet iemand dat wat hij of zij zoekt, bij ons kan worden gevonden? Veel nieuwe leden vinden ons inderdaad via het internet. Maar lang niet iedereen. En juist voor de heel kwetsbare groep waar ik het net over had, zijn wij via de sociale media moeilijk te vinden. Deze zoekers hebben juist het meeste aan persoonlijk contact, aan iemand die hen kan wijzen naar een gemeenschap van mede-zoekers op het Pad. En die gelijkgestemden vinden zij in een aloude mystieke orde met een lange traditie van Wandelende Vraagtekens. In een systeem van onderricht waar je geen dogma’s vindt, maar waar je leert om zelf onderscheid te maken en je eigen antwoorden te vinden.

Als iemand met een moeilijke vraag worstelt, geef dan geen versimpeld antwoord. Vertel dat er een plaats is waar mensen bij elkaar komen die ook op zoek zijn naar antwoorden, en die de verschillende antwoorden bestuderen die wijze mensen in het verleden voor zichzelf hebben gevonden. En dat die plaats de AMORC heet.