Ik wil jullie hierbij het allerbeste wensen voor het nieuwe Rozekruisers jaar 3379. Ter gelegenheid van het nieuwe jaar wil ik jullie graag een PeeBee voorleggen, die 21 jaar geleden geschreven is door mijn illustere voorgangster soror Irène Beusekamp-Fabert. Deze persoonlijke boodschap lijkt nu nog meer van toepassing dan toen hij door haar geschreven werd.
“Moge dit nieuwe Rozekruisersjaar in de wereld meer rust brengen en troost aan al diegenen die zowel van conflicten als van natuurrampen te lijden hebben.
Rondom 20 maart wordt in alle Pronaoi, Chapters en Loges ter wereld het nieuwe jaar gevierd met een symbolisch ritueel, (waarna de officianten hun functie ritueel neerleggen en nieuwe officianten worden geïnstalleerd.)
Dank aan alle aftredende en aantredende officianten, die het hun medebroeders en -zusters mogelijk maken te genieten van de grote voorrechten die onze afdelingen bieden, onder andere het beleven van schoonheid en het verdiepen van onze traditionele rituelen.
Er wordt vaak gezegd: “God is Liefde.”
Wat betekent hier het woord liefde? Wat is de ware aard hiervan? Liefde is absoluut onpersoonlijk, zij is de zuivere kracht van de Geest die in alle wezens en alle dingen aanwezig is en deze doordringt met Zijn energie. Liefde is oneindig en eeuwig. Hoewel zij in de implicaties van naam en vorm werkzaam is en zich op talrijke wijzen uit, staat zij boven de dualiteit. Zij is de onweerstaanbare kracht die aan alles koers en leiding geeft; tijd en plaats hebben er geen vat op.
In het koninkrijk van de liefde zijn de begrippen ‘juist’ en ‘onjuist’ onbekend. Haar licht is het licht van het kristal, het straalt spontaan en weldadig. De basis van waaruit liefde zich manifesteert, is haar ondeelbare eenheid met alles wat er bestaat. Liefde is de enige waarheid, de enige macht. Zij is altijd zuiver en zij stroomt altijd vanuit haar transcendente niveau. Verheffing en neergang behoren beide tot de liefde. In de ongedifferentieerde geest van liefde worden contrasten geneutraliseerd. Liefde is het mystieke agens die alle diversiteiten opheft.
Om God, die liefde is, te realiseren, wordt ons gevraagd elkander lief te hebben, anderen te zien in hetzelfde licht als wij onszelf zien en voor anderen te voelen wat wij voor onszelf voelen. Wij kunnen het geheim van de liefde niet begrijpen door mentale of fysieke perfectie alleen, zonder een groter ideaal, na te streven. Wij kunnen niemand liefhebben op een lager niveau dan wij onszelf liefhebben. Wij moeten de individualiteit transcenderen, onszelf mentaal en fysiek overstijgen en de universele en onveranderlijke essentie van ons zijn verwezenlijken; alleen dan zullen wij onze naasten als onszelf kunnen liefhebben. Wij moeten ons bewust worden van onze eenheid met alle mensen en alle schepselen van het universum, en in het diepste van ons hart voelen dat wij en alle andere wezens vormen zijn van één Geest, die aan de basis van alles is. Diversiteit is alleen aan de oppervlakte. In de pracht van Waarheid zijn wij en de anderen één. Vanuit de visie van liefde – een pure emanatie van een almachtige en onpersoonlijk Geest. De aard van Liefde is dus op gelijke en harmonische wijze gebaseerd op de kennis van de eenheid van alle dingen.
Mededogen is de eerste eigenschap die wij moeten ontwikkelen om onpersoonlijke liefde te bereiken. Bij het zien van lijden wordt ons hart geraakt door compassie. Op mysterieuze wijze voelen wij het lijden van anderen als ons eigen lijden. Dit gevoel is niet alleen fysiek of mentaal. Het is de bewustwording van iets dat zowel in ons aanwezig is als in degene die lijdt. Door een vreemde impuls bewogen, bieden wij hulp in welke vorm dan ook, en dit brengt ons onverklaarbare gevoelens van vrede en vreugde, die nergens anders vandaan komen dan van onze mystieke en intuïtieve realisatie van een innerlijke identiteit met degen die lijdt. Wanneer wij door liefde worden gedreven, steunen wij onveranderlijk op de onpersoonlijke waarheid van ons bestaan.
Zolang wij perfectie van liefde alleen maar zoeken in het betrekkelijk goede dat wij als ons ideaal zien, zitten wij vast in de doolhof van een hopeloze zoektocht. Het is essentieel onmiddellijk te begrijpen dat de wortel van liefde zich in ons onsterfelijke Hogere Zelf bevindt, dat teruggevonden moet worden door het hart ontvankelijk te maken voor compassie en voor de actie waartoe mededogen aanzet. Wij moeten alle handelingen van het leven zodanig verrichten dat wij ons bewust zijn van onze identiteit met de gehele schepping. Laten wij nooit steunen op regels die, hoe verheven ook, slechts dogmatisch zijn. Laten wij ons verheffen boven alle staten van onbegrensd denken en de oneindige Realiteit bereiken; en laten wij van deze onpersoonlijke grootheid het unieke voorbeeld voor ons leven maken.
Met de beste wensen voor Diepe Vrede,
sr. Irène Beusekamp-Fabert”