Allereerst wil ik iedereen hartelijk bedanken voor de vele kaarten en andere kerst- en nieuwjaarswensen die wij op de grootloge van jullie hebben mogen ontvangen. Het tafeltje in de hal van de grootloge staat zoals ieder jaar weer helemaal vol.
Ik begin nu aan mijn tiende jaar als grootmeester. Dat is een mooi moment voor een terugblik. Toen ik gevraagd werd voor deze functie kreeg ik van Imperator Christian Bernard twee missies mee: maak de Nederlandstalige grootloge weer financieel gezond en zorg dat deze jurisdictie meer leden krijgt.
De eerste opdracht had de hoogste prioriteit. Ik heb een frater die accountant is gevraagd als penningmeester en met zijn professionele hulp is dat gelukt. Het jaar 2024 was de eerste keer in (schrik niet) twintig jaar dat wij op eigen kracht met een positief resultaat afsloten. Ik zeg op eigen kracht, omdat we door schenkingen en erfenissen tussendoor wel een paar keer positief uitkwamen. Maar op schenkingen en erfenissen kan je niet vertrouwen, daar kan je geen beleid op baseren! Voor een gezonde grootloge, hebben we ook voldoende leden nodig. Volgens onze penningmeester minstens duizend. Maar het aantal leden daalde al jaren.
In 1986 hadden wij 1500 leden, in 2016 nog maar de helft. Deze daling was een wereldwijde trend en het bleek erg lastig om hier verandering in aan te brengen. Natuurlijk hebben we eerst gekeken naar de opbouw van het ledenbestand. Het bleek dat in 2016 het overgrote deel van de leden 55+ was en meer dan de helft 65+. Wij hebben een nieuwe website gemaakt en we zijn actief geworden op sociale media, zoals Instagram, Facebook en podcasts. Hierdoor kwamen er al snel weer nieuwe geïnteresseerden. Met drie à vier aanmeldingen per week hadden we de verwachting dat we in enkele jaren weer op duizend leden zouden zitten. Maar we kwamen er al snel achter dat veel van deze nieuwe leden al in het eerste jaar weer verdwenen. Waar zou dat aan liggen? Voldeden we niet aan de verwachtingen? Sloot wat wij te bieden hebben, wel aan bij wat mensen bij ons kwamen zoeken?
Het bleek niet aan de inhoud van onze lessen te liggen. Een belangrijk inzicht was wel, dat voor veel sanctumleden de AMORC studie een ‘eenzame weg’ was. Er is bij nieuwe leden vaak behoefte aan contact met andere leden, maar de drempel om naar een onderafdeling te gaan is nogal hoog. Daarom worden nieuwe leden tegenwoordig door ons per email of telefonisch benaderd om te vragen of zij er prijs op stellen om eens met een lid af te spreken of samen naar een onderafdeling te gaan. Ook organiseer ik tweemaal per maand een on-line Atrium forum en tweemaal per jaar een ‘nieuwe ledendag’. Deze benadering heeft er voor gezorgd dat veel leden nu veel meer gemotiveerd zijn om actief lid te blijven.
De helft van onze leden houdt het bij een sanctumlidmaatschap, en dat is prima. Toch willen wij een broeder- en zusterschap zijn. Een gemeenschap van gelijkgestemden die elkaar steunen en inspireren op deze weg. En daarmee het pad minder eenzaam maken. De rituelen die wij samen meemaken, de open dagen en andere bijeenkomsten waar ook de Vrienden van AMORC welkom zijn, de on-line bijeenkomsten enzovoorts, zijn allemaal gelegenheden om elkaar te ontmoeten en met elkaar van gedachten te wisselen.
Het aantal Nederlandstalige leden is nu stabiel rond zevenhonderd. Het gebrek aan groei komt niet meer omdat nieuwe leden weer afhaken. Maar de vele trouwe leden die tien jaar geleden 65+ waren, zijn nu 75+. En oude leden worden ‘tot hogere inwijding geroepen’ zoals dat zo mooi heet. Dat betekent dat wij hier op Aarde regelmatig afscheid moeten nemen van oude vrienden en vriendinnen. Waar er tien jaar terug vier à vijf namen stonden op ons halfjaarlijks lijstje van De Overgang, zijn dat er nu heel veel meer.
Wij hebben dus meer aanmeldingen nodig. Ongeveer veertig procent van onze leden geeft aan dat ze ons via het internet hebben gevonden. Natuurlijk moeten we nog actiever worden op sociale media en we willen ons meer richten op de specifieke groepen mensen die bij ons kunnen vinden wat zij voor hun spirituele groei nodig hebben. Maar een media campagne blijft altijd redelijk abstract en anoniem.
Nog eens veertig procent geeft aan dat zij via familie of vrienden van ons gehoord hebben. Het is juist díe groep waar wij ons als grootloge per definitie niet op kunnen richten. Daarvoor moet ik een beroep doen op jullie.
Gisteren nog zei iemand tegen mij: “Mijn vader was lid van AMORC, maar hij sprak er nooit met iemand over. Dus ik vroeg er ook niet naar. Nu is hij er niet meer en kan ik het er niet meer met hem over hebben.” Die geheimhouding is nergens voor nodig. Honderd jaar geleden was AMORC juist heel open. Praat alsjeblieft met vrienden, familie en collega’s over de Rozekruisers. Denk niet aan geheimhouding. Schaam je niet voor je lidmaatschap. Durf open en enthousiast te zijn. Vertel hoe je leven is verbeterd. Geef mensen brochures. Als de helft van jullie in het komende maanden ieder één nieuw lid weten te interesseren, dan halen we die duizend leden gemakkelijk!